|
|
|
. Voor het laatst bijgewerkt op; 26.01.2012 01:37
Cwarmê of beter bekend als Carnaval, Carnival, Carnevale, Karnaval of Karneval. In veel landen komt eenmaal per jaar de „Carnavalsgeest" boven. De festiviteiten duren gewoonlijk van de zaterdag tot de dinsdag voor Aswoensdag, de eerste dag van de Grote Vasten. De aanloop tot het grote feest begint al veel eerder. Op 11 november wordt bijvoorbeeld al Prins Carnaval gekozen. In de Verenigde Staten is de populairste Carnavalsviering die van New Orleans, die bekendstaat als Mardi Gras (Frans voor „Vette Dinsdag", aangezien volgens het gebruik al het vet in huis werd opgemaakt voordat de Grote Vasten begon). Carnaval is ook een traditionele viering in veel Europese en Zuid-Amerikaanse steden: Parijs, Nice, Rome, Venetië, München, Rio de Janeiro, Buenos Aires, om er maar een paar te noemen. Maar die in Rio de Janeiro wordt door de meeste als de levendigste beschouwd.
De woensdag na Vastenavond (Aswoensdag) begint voor Rooms-katholieken de vastenperiode. Tot Pasen mogen zij geen vlees eten en moeten ze sober leven en eten (alleen niet op zondag). De achterliggende gedachte is dat men zich bezint, zuivert en boete doet, voordat men zich wijdt aan de herdenking van het lijden van Jezus met Pasen. Deze traditie is in 602 ingevoerd door paus Gregorius de Grote. Op Vastenavond ging de jeugd vroeger langs de deuren met de rommelpot of foekepot (een aarden pot overspannen met gedroogde varkensblaas en een stukje riet erin gestoken). Met liedjes vroegen ze om eten. Ze verzamelen het snoep dat ze in deze periode krijgen in een 'vastentrommeltje'.
Het woord "carnaval" zou waarschijnlijk komen van het Middeleeuws-Latijnse carnem levare of carnelevarium. Dit betekend weer het wegnemen of verwijderen van vlees. Maar het woord ‘carnaval’ is waarschijnlijk niet afgeleid van ‘carne vale’ omdat de Europese plattelandsbevolking tot laat in de middeleeuwen zelden vlees at. Het is waarschijnlijker dat het afstamt van ‘carrus navalis’, dat naar de scheepswagen verwijst die in de optochten voorkwam.
De traditionele maaltijd op Aswoensdag is witte bonen met een haring. Op Aswoensdag halen Rooms-katholieken een 'askruisje'. Dit houdt in dat de pastoor met as een kruisje op je voorhoofd tekent, als teken dat je zonden zijn vergeven en als herinnering aan de betrekkelijkheid van het leven ('uit as ben je ontstaan, tot as zul je wederkeren'). Carnaval begint drie dagen voor Aswoensdag, maar soms zelfs nog eerder. Aan het begin van de 20ste eeuw begon carnaval zelfs al op Koppermaandag (de maandag na Driekoningen/6 januari). Al op de elfde van de elfde om elf minuten over elf (11 november) geven carnavalsverenigingen het startschot voor de voorbereidingen van het carnaval. De burgemeester draagt de sleutel van de stad symbolisch over aan de Raad van Elf. Prins Carnaval wordt door een commissie van 'wijze mannen' voor een jaar gekozen tot boegbeeld van de vereniging. Bij activiteiten wordt hij vergezeld door een dame (page of prinses). De stad is tijdens carnaval terrein van de carnavalsvierders en neemt daarom symbolisch een andere naam aan, Den Bosch heet bijvoorbeeld Oeteldonk & Breda het Kielegat.
Menig historicus en volkskundige is van oordeel dat het feest niet voor 1000 na Christus is ontstaan en wortels heeft in het christendom. De overeenkomsten met zeer oude voorchristelijke feesten schrijven zij toe aan het toeval: het is immers vanzelfsprekend dat mensen vroeger feestten bij de overgang van de seizoenen. Van enige cultuuroverdracht zijn zij niet overtuigd. Andere wetenschappers geloven dan weer niet in de wonderlijke herhaling van dezelfde kernelementen. Zij gaan ervan uit dat carnaval uit archetypische oerdenkbeelden gegroeid is. De oorsprong van Carnaval heeft men gezocht in de oudste orgiastische vieringen van de mensheid, met inbegrip van de Romeinse Saturnaliën, die van religieuze aard zijn, de viering van de terugkomst van de lente, als symbool van de wedergeboorte van de natuur. In Mesopotamië, ca. 2600 v Chr. hoefden de mensen niet te
werken tijdens de viering van het nieuwjaarsfeest . Slaven waren voor een
korte periode gelijk aan hun meesters, het onderscheid tussen de standen
werd opgeheven. Aanleiding tot deze rolomkering was het Saceafeest. Een
prachtig versierd pronkschip op wielen werd in een processie meegevoerd naar
het heiligdom van de god Mardoek. Tijdens de Joelfeesten vierden de Germanen de geboorte van de zon. Centraal stond de vruchtbaarheidsgodin Nerthus. De beeltenis van de god Freyr werd op een schip met wielen geplaatst en door een stoet van mensen in diervermomming en mannen in vrouwenkleren begeleid. Aan boord van het schip werd het huwelijk van Freyr met een priesteres voltrokken, wat door een seksueel ritueel gesymboliseerd werd. Sommigen zijn van mening dat Carnaval zijn oorsprong in de feesten ter verering van de Griekse mythologische god van de wijn Dionysus, of de Romeinse variant er van Bacchu. Ook was er Comus, de god van feesten en uitspattingen. Deze uitspattingen vonden plaats ter ere van Bacchus, die om die reden Comastes werd genoemd. Het feest duurde 3 dagen en werd gehouden eind Februari. Tijdens de Griekse festiviteiten ter ere van Dionysus dronken menigten vierdes „onbeperkt, en . . . vonden zij degene die zijn verstand nooit kwijt wilde raken onverstandig. Zij liepen in een wilde optocht, . . . en terwijl zij dronken en dansten vielen zij in een soort van delirium waarin alle banden geslaakt waren." In soortgelijke geest werd er op Romeinse feesten ter ere van Bacchus (de Bacchanalia genoemd) gedronken en wellustig gezongen en gemusiceerd. Uitzinnige menigten, zwaar drinken, wellustige dansen en muziek, en veel seks vormden de basisingrediënten.
Rond de middeleeuwen werd In Venetië op vastenavond op het San
Marcoplein een ware plechtigheid gehouden. Onder trompetgeschal werd een stier
naar voor gebracht en ter plekke de kop afgehakt. Vervolgens werd een vuurwerk
afgestoken en beklommen acrobaten de toren van San Marco. Het gemaskerd bal was
in deze dagen ook zeer populair . Het masker stond immers voor anonimiteit,
vermomming en spel.
Van ongeveer 1000 tot 1500 vonden in Frankrijk de Narren- en Ezelsfeesten plaats. In deze parodieën op de kerkelijke liturgie nam de geestelijkheid aanvankelijk de centrale rollen op zich. De subdiakens traden op als zottenbisschop of ezelpaus. Later namen leken hun rol over. Na de kerkelijke werden nu de burgerlijke hoogwaardigheidsbekleders op de korrel genomen. In die tijd ontstonden ook de eerste echte narrenverenigingen, met een prins, vorst, adjudant en lijfwacht.
Het getal elf heeft een speciale betekenis in het carnavalsgebeuren. Op de elfde van de elfde maand benoemen carnavalsverenigingen een Raad van Elf en kiezen zij een nieuwe Prins Carnaval. Sommigen stellen dat de elfde van de elfde maand een wezenlijke datum is omdat hij exact 40 dagen voor Kerstmis valt. Elf november is ook de feestdag van St. Maarten. Volgens anderen is het getal elf afgeleid van het Oud-Germaanse ‘alf’, een lucht- of watergeest. Het begrip ‘alfsch’, dat al uit de middeleeuwen stamt, betekent zot of dwaas. ‘Alfen’ is iemand beetnemen. Echter in Nederland denk men meer aan de lieve Elfjes die menig sprookje opfleuren of aan het gekken getal 11.
Tegenwoordig worden en Jaarlijks Prinsen & Prinsessen of Boerenbruidsparen gekozen en word er grote optochten gehouden tijdens Carnaval die wel bekent staan als de Halfvasten Optocht of Verlichte Optocht. De wagenbouwers zijn meestal al maanden van te voren druk bezig met het maken van zo mooi mogelijke versierde wagens. Maar niet te vergeten de muzikanten en kleding ontwerpers die ook er al vroeg mee aan de slag gaan. Maar na al het harde werk worden ze beloond door de feestvierende menigte en misschien zelfs een prijs in de wacht slepen! Verder worden er grote feesten gehouden waar dansgroepen, tonpraoters & muzikanten de gasten een onvergetelijke vrolijke voorstelling geven.
Het tijdstip waarop Carnaval begint is afhankelijk van Pasen. Carnavalszondag is altijd zeven weken voor Pasen, dus 7 x 7+1 = 50 dagen, op zijn vroegst op 2 februari en op zijn laatst op 8 maart. Min de maandag en dinsdag na Carnavalszondag zijn er dus 40 vastendagen. Zoals u wellicht al weet valt Pasen altijd op de eerste zondag na de eerste volle maan na 21 maart. Dus mocht u de datum vergeten, dan kunt u het altijd even zelf narekenen..of gewoon hieronder kijken!
|
|
Maak LinkeLink.nl uw startpagina of start op zonder website! Plaats ons bij uw favorieten of vertel iemand over Linkelink.nl
Algemene Voorwaarden, Disclaimer en Privacy Statement.
|