
.
Voor het laatst bijgewerkt op;
01.01.2010 12:50

Juffrouw Winter uit Brno in Tsjechië schreef in mei 1927 een belangrijke
brief. Zij stelde voor om één dag per jaar speciaal aan de dieren te denken. Die
brief stuurde zij naar Margaret Ford in Londen. Miss Ford was voorzitster van de
wereldvereniging van de dierenbescherming. Zij vond het een prachtig idee en in
1929 tijdens een internationaal congres van verenigingen voor dierenbescherming
in Wenen werd 4 oktober uitgeroepen tot internationale dag van het dier.
4 oktober is ook de sterfdag van Sint-Franciscus van Assisi (1181-1226), de
grondlegger van de kloosterorde der Franciscanen. Uit de verhalen over het leven
van deze heilige zijn vooral die over zijn liefde voor de natuur en de dieren
tot de verbeelding gaan spreken zowel bij katholieken als bij protestanten. Met
name de uit de geschiedschrijving bekende preek van Franciscus tot de vogels
heeft steeds opnieuw inspiratie gegeven. In de twintigste eeuw ontstond er een
sterke opleving in de belangstelling voor Franciscus als dierenvriend.
De meeste mensen weten dat
niet en vieren op 4 oktober gewoon dierendag. Ze geven hun goudvis extra
vissenvoer, kopen een koeienbot voor hun hond of gaan de eendjes in het park oud
brood voeren. Op veel scholen nemen kinderen een dier mee de klas in: katten en
muizen, honden en konijnen. Om ongelukken te voorkomen moeten de dieren soms uit
elkaar worden gehouden.
In Nederland werd in 1930 voor het eerst dierendag gehouden. 66 jaar eerder,
in 1864 was in Den Haag de Haagsche Vereniging tot Bescherming van Dieren
opgericht in navolging van al bestaande verenigingen elders Europa en als eerste
van een reeks plaatselijke verenigingen in Nederland. In 1877 werd haar naam
veranderd in Landelijke Vereniging en onder die naam sloten de meeste lokale
verengingen zich aaneen. De belangrijkste doelstellingen van de
Dierenbescherming waren en zijn nog steeds de totstandkoming van de
wetgeving voor dieren en de controle op de naleving van dierenwetten. Na de
eerste Wereldoorlog begon zij ook voorlichting te geven via brochures, folders,
film, krant, radio en televisie. Dierendag werd vanaf 1930 de belangrijkste dag
in het jaar voor het houden van voorlichtingcampagnes.

|