|

.
Voor het laatst bijgewerkt op;
25.01.2012 13:06
-
Borg, Burcht, Kasteel, Landhuis, Paleis, Slot.
De eerste kastelen werden gebouwd tussen 800 en
1000 na Christus. Dit kwam omdat in die tijd de Noormannen de kusten van Europa
onveilig maakten met hun plunderingen. De mensen voelden zich niet zo veilig
meer en wilde hun land en woning beschermen tegen die indringers. De mensen
begonnen wallen of muren om hun huis heen te bouwen. Zo ontstonden de eerste
kastelen.
De eerste echte kastelen waren van hout. Ze bestonden uit een houten toren met
daaromheen een aarden wal en een gracht. Op die wal stond meestal een
palissades. Deze palissades waren houten omheining van palen met scherpe punten.
De toren in het midden noemt men een donjon. Zo rond 900-1000 ontstonden de
eerste stenen kastelen. Die waren wel een stuk beter dan de houten kastelen,
omdat ze niet konden wegrotten zoals hout. Daarnaast kon een kasteel van steen
niet in brand gaan en het was bovendien veel sterker dan hout. De eerste
kastelen van steen waren rond, maar vanaf 1400 werden steeds meer vierkanten
kastelen gebouwd. Dit kwam omdat ze beter te verdedigen waren, je had een beter
overzicht over de omgeving. En ze waren prettiger om in te wonen.
Een kasteel kon je niet zomaar bestellen en
kopen. Ieder kasteel zag er wel anders uit. De heer was degene die bedacht hoe
het kasteel eruit zou komen te zien, hij was dus ook de eigenaar van het
kasteel. Om een kasteel te laten bouwen was het als eerste heel belangrijk om
een geschikte plaats te zoeken. Een omgeving moest veel natuurlijke hindernissen
hebben; een steile heuvel of een brede rivier). Dat was om het voor de vijand
extra moeilijk te maken. Daarnaast was het ook heel belangrijk dat er zoet water
en voedsel in de buurt waren.
Er waren veel mensen nodig om een kasteel te kunnen bouwen. Je had slootgravers,
steenhouwers, metselaars, timmerlieden en mensen die gespecialiseerd waren in
het aanleggen van een waterput. Het duurde wel twee tot vier jaar om een kasteel
te bouwen. Bij hele grote kastelen kon het zelfs tien tot twintig jaar duren
voordat het helemaal klaar was.
Veel steden werden in de middeleeuwen door kastelen beschermd. Soms werd een
kasteel gebouwd als de stad allang bestond. Ook kon het wel eens voorkomen dat
er al een kasteel stond en er een stad rondom de muren van het kasteel ontstond.
Als er gevaar dreigde werd het poortgebouw van het kasteel dag en nacht bewaakt
door soldaten. Die soldaten hadden het recht om alle karren en manden te
doorzoeken en vreemde mensen te ondervragen. Veel kastelen werden op een heuvel
of een ander hoog punt gebouwd, zodat men een goed uitzicht had over de
omgeving. Dit was zeker belangrijk als vijanden het kasteel wilden bestormen.
Door het goede uitzicht had men dit zo door. Een kasteel beschikte ook over
enige verdedigingswerken, die waren meestal gelijk met de bouw van het kasteel
ontstaan. Een ophaalbrug kon omhoog gehaald worden waardoor niemand meer over de
gracht heen het kasteel binnen kon komen. Het valhek bij de ingang van het
kasteel kon worden neergelaten via gleuven in de muur. Dit valhek werd
neergelaten met touwen en een lier. Dan had je nog een barbacane, dit was een
ommuurd terrein vóór het binnenste poortgebouw. Kwam je als vijand daar terecht
dan werd je door iedereen onder vuur genomen. Langs de bovenrand van de muur had
je had je kantelen. Kantelen waren stukken muur waarachter men zich kon
verschuilen voor de vijand. Daar tussen waren openingen gelaten waardoor je de
vijand onder vuur kon nemen. Deze openingen konden worden afgesloten met een
houten luik. Boven in de torens had je hordijzen. Deze hordijzen werden aan de
bovenrand van de muur langs de kantelen bevestigd. Door gaten in de bodem kon
men op de vijanden die zich beneden bevonden schieten. Mochten de torens van het
kasteel dan toch door de vijand bestookt worden, meestal deden ze dat met
vuurpijlen, dan dekte men de houten verdedigingswerken af met vochtige
dierenhuiden. Tenslotte had je dan ook nog de machicoulis. De machicoulis ook
wel mezekooien genoemd waren de stenen variant van de hordijzen. Ze staken een
stuk uit zodat de vijand tot vlak aan de voet van het kasteel beschoten kon
worden. In het kasteel werden nog
meer slimme dingen bedacht om de vijand dwars te zitten. Op onverwachte plekken
zaten valluiken. Je raadt het al: wie erop ging staan, duikelde zo de diepte in.
Wenteltrapjes in een kasteel waren met opzet smal en donker gemaakt. Als een
vijand naar boven wilde, dan had hij maar heel weinig ruimte om te vechten. De
trapjes draaiden altijd rechtsom. De ridder had zijn rechterhand nodig om niet
naar beneden te vallen. Maar met diezelfde hand moest hij meestal ook zijn wapen
vasthouden. De verdedigende ridder had het makkelijker: die kon van boven naar
beneden vechten. Ook werd er soms deuren gekenmerkt zodat met het donker altijd
de weg kon vinden. ZO hadden deuren naar binnen een bepaalde kenmerk en deuren
na buiten weer een ander kenmerk. Dit was vooral handig in grote zalen waar veel
deuren waren.
-
De Verschillende
stijlen.
Een burcht is een soort vestinghuis. In verschillende delen van
Nederland worden ze anders aangeduid. In Groningen borg, Friesland stins,
Drenthe en Overijssel havezate en in de rest van Nederland burcht, kasteel of
slot. Het woord burcht is afgeleid van het van het Duits. Het woord vind men
terug in bijvoorbeeld: Slangenburg en Valkenburg. Sommige Nederlandse woorden
hebben later een -t gekregen. Dit is bij burg, maar ook bij inkt gebeurd. Verder
is het bij de spelling van woorden met een g en t aan het eind na verloop van
tijd als cht geschreven. Zodoende schrijft men tegenwoordig burg als burcht.
Slangenburgt.

Een kasteel is een een vesting met vaak hoge torens en dikke
muren. De eerste kastelen werden rond 1200 gebouwd. Vaak eerst nog alleen maar
als versterkte woontorens, die aanvankelijk bestonden uit houten palissades.
Later in 1400 werden pas stenen muren gebruikt. Om de boel beter te kunnen
verdedigen legde men muren aan soms verbond men torens en gebouwen, en soms
legde men ook geheel om het gebouwen complex een kasteel muur.
Met de introductie van het buskruit in Europa werden kastelen onverdedigbaar
waardoor ze soms werden omgebouwd tot sierkastelen zoals Kasteel de Haar.
Kasteel de Haar.

Een paleis is een aanzienlijk gebouw dat een openbare functie
heeft of een woonhuis voor een staatshoofd is.
Het woord paleis is afgeleid van één van de zeven heuvels van Rome waar het
paleis van de keizers stond op de heuvel Palatijn of Palatium in het Latijn.
Bekend gebouwen met een openbare functie zijn de verschillende Paleizen van
Justitie. Tegenwoordig word de aanduiding paleis wordt ook gebruikt voor andere
gebouwen zoals gokpaleis en sportpaleis.
Paleis het Loo.

Een versterkt kastel met vaak 4 hoektorens en een slotgracht.
Soms had de poort ook nog 1 of 2 torens die als extra bescherming diende bij de
ingang. Als er een slotgracht aanwezig was, dan had men vaak een ophaalbrug die
bij gevaar omhoog gehaald werd. De poort was niet alleen voorzien van een hele
stevige deuren, maar had normaal ook nog een metalen val hek waardoor de boel
heel goed op slot zat.
Muiderslot.

Bekijk ook eens onze
verzameling foto's van burchten, kastelen, molens & paleizen.

|